Achtergronden
Hindoestaanse oudere vraagt specifieke zorg PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Wereldjournalisten.nl   
dinsdag, 06 juli 2010 11:35

Attry Ramdhani, geestelijk verzorger en pandit, pleit voor meer 'cultuursensitieve zingevingsprofessionals' in de zorg. Het is belangrijk om bij de ouderenzorg stil te staan bij de specifieke achtergrond en cultuurgeschiedenis van de Hindoestanen. 

Attry Ramdhani is pandit, een geestelijk leider binnen het Hindoeïsme die voorgaat in de dienst. Ramdhani is een bekende persoonlijkheid binnen de Hindoestaanse gemeenschap. Hij is voorzitter van de Shri Ram mandir in de Haagse Schilderswijk en geestelijk verzorger bij Parnassia Bavo, een GGZ-instelling. Als geestelijke verzorger is hij werkzaam in zowel Den Haag als Rotterdam o.a. in verzorgingstehuizen voor ouderen.
 
Kunt u wat meer vertellen over de Hindoestaanse ouderen?

'De oudere generatie Hindoestanen komen uit een wij-cultuur met sterke hechte relaties. Denk aan het joint family-systeem wat veel ouderen kenden in Suriname, maar wat minder aanwezig is in Nederland, behalve op verjaardagen en andere hoogtijdagen wanneer de hele familie wel bij elkaar komt. Veel Hindoestaanse ouderen missen dit joint family-systeem in Nederland. Ze missen heel veel contacten, die ze vroeger wel hadden en worden ouder met de gedachte dat het allemaal minder zal worden. Dit wordt versterkt wanneer zij door ziekte steeds meer afhankelijk worden van de "onbekende witte" hulpverlener, de thuiszorg, etc.'  

Welk effect heeft de migratie naar Nederland gehad?

'De migratie naar Nederland is een onstuimig gewenningsproces geweest voor de Hindoestaanse ouderen. Dat kan bij de oudere generatie te maken hebben met een taalbarrière, maar Hindoestaanse ouderen zijn over het algemeen vaak wat timide, wat overigens ook geldt voor alle andere groepen ouderen. Ze zijn niet altijd assertief genoeg om voor zichzelf te kunnen opkomen. Dus als je hun isolement zou willen verklaren of beschrijven dan heeft dat te maken met enerzijds gezondheidsbeperkingen waardoor ze minder mobiel zijn dan voorheen en daarmee samenhangend de toegenomen afhankelijkheid van anderen. Anderzijds hebben Hindoestaanse ouderen vanuit huis altijd verwachtingen gekoesterd rondom de oude dag. Dat de kinderen hen dan zouden opvangen. Dat ze oud zouden worden omringd door kinderen en kleinkinderen. Dit lukt in Nederland echter niet altijd. Het leven is hier anders. Toch spelen bij kinderen van deze ouderen bepaalde emoties, waardoor ze hun ouders niet graag overlaten aan een zorginstelling.'

In hoeverre speelt Suriname een rol? Hebben ouderen een terugkeerwens?

'Als het gaat om de zorg in Nederland, dan zijn de ouderen tevreden. Als het gaat om zingeving is dat een ander verhaal. Er is een verschil tussen zin van bestaan en zingeving. Zin van bestaan omvat veelal primaire behoeften, eten, drinken, maar ook medische zorg en ondersteuning bij het leiden van een menswaardig bestaan. Maar aan de andere kant is zingeving ook wat op langere termijn wordt voorgesteld: het doel van ons bestaan, waar moeten wij naartoe met onze ziel – belangrijke filosofische vragen in het Hindoeïsme?

'De ‘buitenkant’ van de zorg is belangrijk, maar het is mijn taak om verder te kijken. Voor Hindoestanen is zorg namelijk niet alleen medisch. Deze bestaat evenzeer ook uit aandacht. Mijn taak betreft ook wat zich binnenin deze groep mensen afspeelt. Het heeft mede te maken met het isolement en hun verwachtingen. Veel Hindoestaanse ouderen zitten binnenin eigenlijk in een soort rouwproces.
'Het verlaten van je land is een verdrietige gebeurtenis. In de tijd van de onafhankelijkheid van Suriname werd Nederland voorgesteld als een paradijs. Suriname was onzeker en conflictueus. Maar Nederland was voor velen een ontgoocheling. Velen hebben niet meteen het paradijs gevonden. Suriname blijft in het hoofd van de ouderen de ultieme verblijfplaats. En bij bepaalde gebeurtenissen in Nederland wordt dat in hun hoofd bevestigd: "Zie je wel, ik had Suriname niet moeten verlaten. Daardoor komt het dat familieleden uit elkaar zijn geraakt en zie ik mijn kinderen en kleinkinderen zo weinig".'

In het Hindoeïsme is het toch gangbaar om je in een bepaalde fase van je leven te richten op zingevingsvraagstukken?

'Ja, eigenlijk in de filosofische en contemplatieve fase in je leven, wanneer je het materiele leven hebt gezien. Maar dat is dan op vrijwillige basis, als mensen daar behoefte aan hebben. Niet noodgedwongen. Het gaat over vraagstukken als de zin van het bestaan.
Zingeving is iets anders. Zingeving heeft te maken met zin op korte termijn. Wat geeft mij zin om vroeg op te staan en om er een leuke dag van te maken? Dat kan een bingoavond zijn of een kaartmiddag, of de gezellige mensen die ik vandaag ga ontmoeten. Het is ook goed dat zorginstellingen in samenwerking met stichtingen activiteiten organiseren rondom de bijzondere momenten, zoals Holi en Divali, en voor de autochtonen bijvoorbeeld Pasen. Het zijn allemaal hoogtijdagen gerelateerd aan cultuur en religie van de ouderen. 
Voor Hindoestaanse ouderen heb je inloopprojecten als Saroj in Rotterdam: een groep van ongeveer 30 ouderen, waarbij sommigen aan het kaarten, anderen aan het breien en anderen aan het praten zijn. Het is daar kortom gezellig. Ook kijken zij wel eens een Hindoestaanse film, waarin een stuk cultuur wordt belicht. Het is herkenbaar voor de ouderen. Ook een Bollywoodfilm kan dus zin geven. 
Deze activiteiten zorgen ervoor dat ouderen wanneer nodig uit hun isolement komen. De bezigheden geven zin op korte termijn. Maar bij zingeving spelen levensvraagstukken ook een zeer belangrijke rol. De onderstroom van de psyche van de mens, waarbij zaken als teleurstelling, verwachting, rouw en niet uitgekomen verwachtingen allemaal een rol spelen.' 

Met wat voor vragen wordt u benaderd door ouderen?

'Ik heb het met vaste groepen ouderen meestal over religieuze thema’s. Ik heb onlangs een lezing over Hanoeman (godheid in het Hindoeïsme, sj) georganiseerd waarin ik een stap maak naar de situatie van de ouderen. Het verhaal van Hanoeman ging erover dat hij vergeten was dat hij heel veel krachten bezat, en dat anderen hem daaraan moeten herinneren. Je ziet dan dat mensen dat verhaal herkennen, de ogen worden groter en het doet iets met hen. Daarna vertel ik dat het met mensen eigenlijk net zo is. We bezitten zoveel kracht, alleen is het vaak sluimerend aanwezig. We moeten iets doen om die krachten vrij te maken. Dan heb je dus de link gemaakt naar zingeving. Als het gaat om levensvragen, heb ik vaak het gevoel dat de Hindoestaanse ouderen een luisterend oor missen. Iemand die wil luisteren naar hun verhalen van verdriet en rouw. Daarom creëer ik aparte ruimten waar ik rustig met ze kan praten. Vanuit een luisterend oor kun je mensen activeren als ze ergens in hun leven vast zitten.'

Is eenzaamheid onder Hindoestaanse ouderen wel een probleem? Zij beschikken over het algemeen toch over een groter sociaal netwerk in vergelijking met autochtone ouderen?

'Dat klopt wel, maar er is sprake van eenzaamheid op een andere manier. Het heeft te maken met een vertragingsproces op het gebied van rouw- en verdrietverwerking. De ouderen zijn steeds iets te laat in het proces waardoor je een vertraagde rouw- en verdrietverwerking krijgt. Ze zijn als een schildpad naar binnen geklapt. Op een gegeven moment komen ze weer naar buiten en de manier waarop ze bepaalde gebeurtenissen dan verwerken, is klagen. Ze hebben dus ook een ander soort luisterend oor nodig; iemand die hun "klaagzang" wil aanhoren. 
'Hindoestaanse ouderen kunnen van binnen soms eenzaam zijn, ook al doen ze van buiten met alles mee. Een andere manier waarop Hindoestaanse ouderen hun ervaringen verwerken is vertellen. Het zijn enorm getalenteerde verhalenvertellers en ik zou eigenlijk iedere jongere willen aanraden om naar ze te luisteren. Wat ze hebben meegemaakt in Suriname en de verhalen die ze kennen vanuit India zijn vaak ongelooflijk!'

Bron Wereldjournalisten.nl

 

 

 

 
De Tweede Kamer veroorzaakt onnodig veel onrust onder ouderen en chronisch zieken PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door gastblogger   
zondag, 04 juli 2010 08:58

Mijn moeder had pernecieuze anaemie. Daarvoor moest zij regelmatig injekties (vit.B) hebben.... Op haar 40e werd het ontdekt. Het gaat samen met te weinig maagzuur...
Jarenlang kreeg zij regelmatig injekties en ging alles goed. Echter.....op een dag ... ze was al diep in de tachtig...vroeg ik haar eens...krijg jij die injekties nog wel. Neen was haar antwoord. De arts "vergat" het gewoon. Heb aan de bel getrokken en bleek ze een aardig te kort te hebben. Opnieuw kreeg zij die injekties...Wat als ik niet aan de bel zou hebben getrokken??? 


Ikzelf was nog maar begin 20 toen men bij mij ook erge bloedarmoede ontdekte en wel zo dat ik 3 injekties per week moest hebben tot het weer op het normale peil zat. Daarna altijd geslikt....maar wel zelf betalen uiteraard ;;--))


Op mijn 50e werd ontdekt dat ook ik te weinig maagzuur heb en daardoor een chronische maagwandontsteking. Toen zijn bij mij ook injekties ingezet, of het toen nog vergoed werd weet ik  niet meer. Waren particulier verzekerd.


Nu nog steeds krijg ik die injekties... maar ook middelen tegen de maagwandontsteking. Dat laatste wordt wel vergoed maar de injekties niet. Moet ik dan maar doodgaan als ik er het geld niet meer voor zou hebben. Het kost me allemaal handenvol geld...


Een paar weken geleden probeerde men bij de apotheek de middelen tegen de maagwandontsteking te veranderen en wel met goedkopere. Heb heftig geprotesteerd want vaak worden de beschermende zaken die in zo''n preparaat zitten weggelaten....Heb het al meer bij de hand gehad. Ik kreeg dan een recept en reeds naar Duitsland en kreeg ik datgene wat ik wel verdroeg. Zie me nu niet meer naar Duitsland rijden.

 

Naam en adres van gastblogger is bij Ouderenberscherming Nederland bekend.

 

Zie ook: 

Het is inconsistent, onrechtvaardig en kortzichtig om overschrijdingen in de zorg te compenseren via de chronisch zieken

 

Reageren kan via het Volkskrant blog Ouderenbescherming Nederland

 

 

 
Ouderenbescherming roept zorgmedewerkers op tot (film) opname misstanden PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Redactie Ouderenbescherming   
zaterdag, 03 juli 2010 09:59

Uit een onderzoek van het FNV uit 2000 waar klokkenluiders konden melden, vielen in de
zorgsector twee zaken op.

De eerste is dat meerdere melders klagen over het versnipperde toezicht dat wordt uitgeoefend op de diverse ziekenhuizen, instellingen, klinieken enzovoort. Daarbij wordt gesproken over de beperkte bevoegdheden op deelterreinen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en bijvoorbeeld de Raad van Toezicht, terwijl de toezichthoudende organen sterk afhankelijk zijn van de informatie die door de respectievelijke directies wordt verstrekt. Het resultaat is dat de eigenlijke misstand (veelal mismanagement en/of machtsmisbruik) niet wordt aangepakt.

De tweede is dat volgens de melders de patiënten/cliënten vooral de dupe zijn van de misstand. Een schrijnend voorbeeld uit de ouderenzorg komt van iemand die schriftelijk meldt dat het voorkomt dat aan oude mensen, vooral diegenen, die geen familie hebben en niemand dichtbij weten, voedsel geweigerd wordt opdat ze dan sneller sterven en de werkdruk eventjes wat lichter wordt. ‘Toen ik mij bij een terloops ontmoete hulpverlener uitte over een verwaarlozing – met de dood tengevolge – van een bewoner, kreeg ik te horen: “Wil jij jouw baan verliezen!”.

BRON FNV eindrapportage 'Meldlijn Klokkenluiders' ( 5 mei 2000)

Een jaar later volgde dit onderzoek docs.szw.nl/pdf/35/2002/35_200...

Ouderenbescherming Nederland pleit er voor dat patienten belangen organisaties en vakbonden druk leggen bij zorgaanbieders en overheid zodat zorgmedewerkers veilig kunnen melden als zij misstanden waarnemen. Om bewijs materiaal te verzamelen doen zorgmedewerkers er net als familieleden verstandig aan om beeld en of geluidmateriaal te verzamelen. Immers opnames van misstanden maken ook zorgmedewerkers sterker als zij de klok (willen) luiden. Ontslag wordt dan lastiger, omdat ze het bewijs zo kunnen leveren.

 

Reageren kan via Volkskrant Blog Ouderenbescherming Nederland   (Aanleiding om bovenstaande te publiceren is het aangrijpende bericht van een zeer angstige zorgmedewerkster met de
naam Anne op de site van TVVonline)

 

 

 

 

Laatst aangepast op zaterdag, 03 juli 2010 10:03
 
‘Ook topsalaris van directeur Rode Kruis aanpakken’ PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door SP   
woensdag, 30 juni 2010 16:03

De SP wil dat er een einde wordt gemaakt aan het topsalaris van de directeur van het Rode Kruis. Uit het jaarverslag van de organisatie blijkt dat directeur Breederveld vorig jaar door allerlei toeslagen ruim 200.000 euro verdiende.

Het basissalaris van de directeur zat met €141.828 al ver boven de zogenoemde DG-norm van € 121.000 die geldt voor organisaties die subsidie ontvangen van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Door allerlei onkostenvergoedingen en vergoedingen voor sociale lasten en pensioenpremies steeg dat salaris zelfs tot ver boven de Balkenendenorm van € 181.000. SP-Tweede Kamerlid Ewout Irrgang vindt het onbegrijpelijk dat dit mogelijk is en eist dat minister Verhagen (Buitenlandse Zaken) ingrijpt.

Irrgang: “Sluipweggetjes om het salaris boven de DG-norm te verhogen moeten niet worden toegelaten, of dat nou via onkostenvergoedingen is, via het aanstellen van meerdere directeuren, of door het fictief ophogen van het aantal gewerkte uren is. De afspraak voor gesubsidieerde hulporganisaties is maximaal het salaris van een directeur-generaal en dat moet zo blijven. Als directeur van een ideële instelling zou je ook niet meer moeten willen.”

Het Tweede Kamerlid wil verder van minister Verhagen weten of zijn ministerie heeft zitten slapen bij het laten passeren van het Rode Kruis naar de volgende subsidieronde van het zogenaamde Mede Financieringsstelsel (MFS) voor hulporganisaties. Irrgang: ”Bij die nieuwe subsidieronde is heel duidelijk gesteld dat het salaris van de directeur-generaal de norm is om in aanmerking te komen voor subsidie. Hoe kan het dan dat het Rode Kruis hier door heen is gekomen?”

De SP pleitte al eerder voor de aanpak van megasalarissen bij ontwikkelingsorganisaties. Minister Verhagen heeft naar aanleiding van de kritiek van het SP-Kamerlid die bijdrage aan SNV gekort met het bedrag waarmee het salaris van de SNV directeur boven de DG-norm uitstijgt.

bron SP

zie ook eerdere commotie over salaris directeur Hartstichting

 

 

 
Brief van Bussemaker over klacht van 7 klagers over Landelijke Beroepscommissie Klachten PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Redactie Ouderenbescherming   
dinsdag, 29 juni 2010 10:45

31 765

Nr. 7

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 november 2009

 

U heeft mij verzocht te reageren op het zwartboek LBK (Landelijke Beroepscommissie Klachten). In het Zwartboek LBK zijn de negatieve ervaringen gebundeld van zeven mensen, inzake zes ingediende klachten bij de LBK.

 

De samenstellers van het zwartboek, de betreffende zeven mensen, concluderen dat: «het functioneren van de Landelijke Beroepscommissie Klachten geen recht heeft gedaan aan de verwachting die zij als klager mochten hebben van een onafhankelijke beroepscommissie». De LBK is een initiatief van ActiZ, organisatie van zorgondernemers en LOC zeggenschap in zorg, een organisatie voor cliëntenraden. Zij hebben het LBK gezamenlijk ingesteld om cliënten de mogelijkheid te bieden om in beroep te gaan tegen het oordeel van een klachtencommissie, danwel tegen het niet overnemen van het advies door de zorginstelling. De leden van het LBK handelen «zonder last en ruggespraak» en de voorzitter is afkomstig uit de rechterlijke macht.

Ik vind het positief dat deze landelijke
beroepscommissie is ingesteld voor de sector verpleging en verzorging. Dit is meer dan de huidige wet voorschrijft. ActiZ heeft zelfs als lidmaatschapsvereiste dat haar leden bij de LBK aangesloten moeten zijn.

 

Daarnaast werken ActiZ en LOC samen met Consumentenbond en NPCF aan tweezijdige algemene leveringsvoorwaarden voor de sector verpleging, verzorging en thuiszorg. Hiermee wordt een verdere verheldering van rechten en plichten van cliënten en zorgorganisaties tot stand gebracht. Een duidelijke klachten- en geschillenregeling is een onderdeel van deze voorwaarden. Ik volg deze ontwikkeling met belangstelling. Ik heb ActiZ en LOC gevraagd naar hun reactie op het zwartboek. Zij hebben aangegeven dat zij zich onthouden van commentaar op de uitspraken van de LBK, hetgeen past bij de onafhankelijke en onpartijdige positie van de LBK. Hun indruk is evenwel dat de onvrede niet zozeer gestoeld is op het juridisch inhoudelijke oordeel van de commissie, maar meer op verschil in verwachtingen en communicatieve misverstanden. Ondanks dat het een beperkt aantal klachten betreft ten opzichte van het totaal aantal behandelde klachten in de betreffende periode, zien zij in het signaal wel aanleiding om de voorlichting aan en begeleiding van klagers te verbeteren. Dit betreft zowel de rol en positie van het LBK als informatie over het verloop van zittingen. Daarnaast zullen zij zelf periodiek de ervaringen van cliënten met de werkwijze van de LBK evalueren om – daar waar nodig – de LBK nog beter te laten functioneren.

 

Mijn indruk is dat de negatieve ervaringen met de LBK bij deze klagers niet op zichzelf staat. Het hangt samen met onvrede over het formele karakter van de huidige wettelijk voorgeschreven interne klachtenprocedures waarvan de uitkomsten als (te) vrijblijvend worden ervaren. In menig onderzoek is reeds geconstateerd dat de nadruk bij interne klachtenprocedures niet zou moeten liggen op het al dan niet gegrond verklaren van klachten. Een instelling moet zich er juist op richten om onvrede zo veel mogelijk te voorkomen en daar waar onvrede toch ontstaat, te proberen om deze zo goed mogelijk weg te nemen.

 

De minister van VWS en ik hebben daarom in het wetsvoorstel voor de Wet cliëntenrechten Zorg (Wcz) een hoofdstuk opgenomen over klachten en geschillen ter vervanging van de huidige Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector (WKCZ). Klachtenprocedures moeten klantvriendelijker worden en niet vrijblijvend zijn.

 

De minister en ik spreken u binnenkort meer inhoudelijk hierover bij de behandeling van het wetsvoorstel voor de Wcz in uw Kamer. Naar verwachting zal dit wetsvoorstel begin volgend jaar aan u worden voorgelegd.

 

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M. Bussemaker

Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 31 765, nr. 7 2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 31 765, nr. 7 1

 

bron

 

Zie interview met de inmiddels 89 jarige meneer Lahaye.
Hij is een van de indieners van de klacht.

 

U kunt reageren op het Volkskrantblog van Ouderenbescherming Nederland

Laatst aangepast op dinsdag, 29 juni 2010 10:46
 
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Pagina 2 van 28