|
Informatiepagina over onderbewindstelling |
|
|
|
|
Geschreven door redactie ouderenbescherming
|
|
woensdag, 13 januari 2010 22:07 |
|
Handelingsbekwaam of handelingsonbekwaam? Ouderen die niet zelfstandig en zonder toestemming rechtshandelingen kunnen verrichten, noemt men handelingsonbekwaam.
Ouderen die handelingsonbekwaam worden bevonden (een onafhankelijk arts beoordeelt dit) kunnen om een bewindvoerder verzoeken. Dit verzoek dient bij een kantonrechter schriftelijk te worden ingediend.
Handelingsonbekwaam is niet hetzelfde als wilsonbekwaam.
Iemand is wilsonbekwaam wanneer hij of zij niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn of haar belangen ter zake. Zo iemand kan om een mentor verzoeken.
Het mentorschap is dus voor de niet-vermogensrechtelijke belangen en het meerderjarigenbewind is voor de vermogensrechtelijke belangen.
De wet onderscheidt twee groepen van personen die handelingsonbekwaam kunnen zijn: -minderjarigen -meerderjarigen
Bewind is een van de drie vormen van toezicht.
Wie kan instelling van bewind verzoeken? - betrokkene zelf - echtgenoot/ echtgenote - geregistreerde partner - levensgezel - familie - voogd - curator - mentor
De kantonrechter stelt een bewindvoerder aan, die tijdelijk of blijvend het vermogen van de oudere beheert. Het gevolg is dat de oudere niet meer zelfstandig kan beslissen over zijn vermogen.
Het is ook mogelijk een beperkt bewind in te stellen. Dan wordt over een bepaald deel van het vermogen bewind gevoerd, bijvoorbeeld het spaargeld of het onroerend goed. Bewindvoering wordt niet in een register bijgehouden.
Wat gebeurt er nadat u het verzoek hebt ingediend Als het verzoek op de rechtbank is ontvangen, vraagt de rechter doorgaans op een zitting de mening van de partner en familieleden over de gevraagde maatregel. Dit geldt ook voor de voorgestelde bewindvoerder die zich schriftelijk tot bewindvoering bereid heeft verklaard.
De partner of familieleden die schriftelijk hebben verklaard dat zij met de maatregel instemmen, worden in de regel niet meer voor de zitting opgeroepen. Ook vraagt de rechter wat de betrokkene zelf van de maatregel vindt. Als de oudere zelf niet op de zitting kan verschijnen, kan de rechter naar de instelling gaan, waar de oudere verblijft. Vindt de rechter dat er genoeg redenen zijn voor de maatregel bewind, dan besluit de rechter tot onderbewindstelling. Aan de behandeling zijn kosten (griffierechten) verbonden. De rechter neemt uw verzoek pas in behandeling als de nota voor griffierechten is voldaan.
Belanghebbenden die het niet eens zijn met de beslissing van de rechter, kunnen in hoger beroep gaan. Dit geldt alleen voor hen, die een afschrift van de beslissing van de rechter hebben ontvangen. Men moet binnen twee maanden na de dag van de uitspraak Hoger Beroep aantekenen. Voor een hoger beroep van een beslissing van de rechtbank moet u naar het hof en heeft u altijd een advocaat nodig. Een verzoek om bewiind kan zonder gebruik van een advocaat.
De bewindvoerder neemt alleen beslissingen over geld en goederen. De bewindvoerder maakt kort na zijn benoeming een lijst met een beschrijving van alle goederen die onder het bewind vallen. Hij ontvangt hierover van de griffie bericht. Een kopie van deze boedelbeschrijving stuurt de bewindvoerder naar de rechtbank, sector kanton. De maatregel eindigt, als de oudere om wie het gaat weer zelf de belangen kan behartigen of overlijdt.
Na overlijden dient de bewindvoerder rekening en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen!

01-01-2010 © Ouderenbescherming Nederland
|
|
Laatst aangepast op vrijdag, 05 februari 2010 13:20 |